De verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers. Een aantal principes op een rijtje.

Op 9 juni 2017 werd de nieuwe wet van 31 mei 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

Adhemar Advocaten bespreekt voor u een aantal krachtlijnen van deze wet.

Het principe

Vóór deze wet, was het – van alle actoren op de werf – enkel de architect die verplicht was om een “tienjarige aansprakelijkheidsverzekering” af te sluiten. De wet van 31 mei 2017 probeert, onder meer naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 12 juli 2007, dit verschil teniet te doen door een gelijkaardige verplichting te voorzien voor andere bouwpartners, waaronder aannemers.

Toepassingsgebied

Artikel 2 van de wet van 31 mei 2017 beschrijft wie als “een aannemer” in de zin van deze wet moet worden beschouwd:

“Iedere natuurlijke of rechtspersoon, die zich er toe verbindt om voor rekening van een ander en tegen rechtstreekse of onrechtstreekse vergoeding, in volledige onafhankelijkheid maar zonder vertegenwoordigingsbevoegdheid, een bepaald onroerend werk op woningen die in België gelegen zijn te verrichten waarvoor de tussenkomst van een architect verplicht is krachtens artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect.”

De dekking

Artikel 3 wet 31 mei 2017 gaat nader in op de inhoud van de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid.

In essentie wordt de verzekeringsplicht beperkt tot de aansprakelijkheid voor gebreken die de soliditeit, stabiliteit en waterdichtheid van de gesloten ruwbouw betreffen. Schade ingevolge radioactiviteit, schade van esthetische aard, zuivere immateriële schade etc. worden uitdrukkelijk uitgesloten van de verplichte dekking. Daarenboven vermeldt artikel 3 dat ook de uitsluitingen van de Verzekeringswet van 4 april 2014 onverkort van toepassing blijven.

De dekking van de aansprakelijkheid mag, volgens artikel 6 van de nieuwe wet, bovendien niet lager zijn dan:

1° 500.000 euro, ingeval de waarde van de wederopbouw van het gebouw bestemd voor bewoning 500.000 euro overstijgt;

2° de waarde van de wederopbouw van de woning, indien de waarde van de wederopbouw van het gebouw bestemd voor bewoning minder bedraagt dan 500.000 euro.

Bewijs van verzekering

De aannemer dient, alvorens haar onroerende werkzaamheden aan te vatten, een bewijs van verzekering voor te leggen aan de bouwheer en de architect. Indien hij dit nalaat, kan dit bewijs/verzekeringsattest door de architect worden opgeëist.

De aannemer dient in staat te zijn om op de werf en op eerste verzoek een exemplaar van het verzekeringsattest te overhandigen.

Quid verzekeringsplicht architect?

Middels artikel 20 wet 31 mei 2017 werd de algemene verzekeringsplicht voor architecten (artikel 9 wet 20 februari 1939) opgeheven. Hierdoor lijkt de verzekeringsplicht voor architecten eveneens beperkt te worden tot het toepassingsgebied van de wet van 31 mei 2017. De toekomst zal moeten uitwijzen of dit ook effectief de bedoeling was van de wetgever of dat hij dit nog zal corrigeren met een nieuw wetgevend initiatief.

Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van de wet van 31 mei 2017 is voorzien op 1 juli 2018, met uitzondering van artikel 10 betreffende het tariferingsbureau, dat reeds op 1 december 2017 in werking treedt.

 

Voor vragen kan u contact opnemen met Stefanie Debeuf of Jonas Voorter:

stefaniedebeuf@adhemar-advocaten.be
jonasvoorter@adhemar-advocaten.be

Leave a comment