Nieuwigheden overheidsopdrachten en concessies: Koninklijk besluit van 15 april 2018

Op 18 april 2018 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 15 april 2018 tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten op het vlak van overheidsopdrachten en concessies en tot aanpassing van drempelbedragen in de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

Hierna wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste wijzigingen aan de wetgeving overheidsopdrachten.

  1. Wijzigingen aan het KB 18 april 2017 Plaatsing klassieke sectoren en het KB 18 juni 2017 Plaatsing speciale sectoren

 

Het KB van 15 april 2018 brengt de volgende wijzigingen aan aan het KB van 18 april 2017 Plaatsing klassieke sectoren en het KB van 18 juni 2017 Plaatsing speciale sectoren:

  1. De evaluatie van de offertes moet alleen gebeuren met inbegrip van de belasting op de toegevoegde waarde wanneer deze belasting een kost met zich meebrengt voor de aanbesteder.

 

  1. Het attest dat wordt afgeleverd door de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid slaat voortaan op het laatste vervallen kalenderkwartaal vóór de limietdatum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of de offertes.

 

  1. De uitzondering in artikel 53, §1 KB Plaatsing klassieke sectoren wordt afgeschaft waarbij geen vertaling mag worden gevraagd voor inlichtingen en documenten die worden voorgelegd in het kader van het nazicht van de uitsluitingsgronden, het voldoen aan de toepasselijke selectiecriteria of het voldoen, in voorkomend geval, aan de regels voor de beperking van het aantal kandidaten, alsook ten aanzien van de in artikel 59, 2°, bedoelde statuten, akten en inlichtingen, indien deze documenten reeds voorhanden zijn in een landstaal.

 

  1. Er wordt verduidelijkt dat offertes ontvangen moeten worden vóór de voorzitter de openingszitting voor geopend verklaart. De bewoordingen ‘uiterste indiening’ kon immers verwarring veroorzaken waarbij er vanuit kon worden gegaan dat ook op het uiterste ogenblik nog nuttig een offerte of aanvraag tot deelneming kon worden ingediend.

 

  1. De datum vanaf wanneer verplicht gebruik moet worden gemaakt van het elektronisch UEA is met zes maanden vervroegd en is vastgesteld op 18 april 2018.Dit betekent concreet dat het UEA vanaf 18 april 2018 voor de betreffende opdrachten verplicht op elektronische wijze moet worden verstrekt aan de aanbesteder, maar de andere uitwisselingen van informatie tussen de aanbesteder en de ondernemers, met inbegrip van de overdracht en de ontvangst van de offertes niet verplicht moet gebeuren door middel van elektronische communicatiemiddelen.

 

  1. Verder zijn de “Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij”, het “Participatiefonds”, de “Participatiemaatschappij Vlaanderen” en de “Vlaamse Participatiemaatschappij NV” niet langer opgenomen op de indicatieve lijst van publiekrechtelijke instellingen onderworpen aan de wetgeving overheidsopdrachten. Evenwel wordt er op gewezen dat uit die weglating op zich niet mag worden afgeleid dat de betrokken persoon geen aanbestedende overheid zou zijn en aldus niet onderworpen zou zijn aan de wetgeving overheidsopdrachten.

 

  1. Wijzigingen aan het KB Uitvoering van 14 januari 2013

 

Het KB van 15 april 2018 brengt volgende wijzigingen aan aan het KB Uitvoering van 14 januari 2013:

  1. Artikel 30 van het KB Uitvoering inzake de borgtocht wordt gewijzigd. De aanbesteder mag nu ook ambtshalve de sommen van de borgtocht afhouden die haar toekomen wanneer de opdrachtnemer in gebreke blijft de opdracht uit te voeren zoals vermeld in artikel 44, §1 KB Uitvoering. Er wordt tevens verduidelijkt dat de instelling bij wie de borgtocht werd gesteld niet om het akkoord van de opdrachtnemer mag verzoeken alvorens de borgtocht vrij te geven ten voordele van de aanbesteder. Immers is het niet de bedoeling dat de opdrachtnemer zijn veto zou kunnen stellen om over te gaan tot betaling wanneer hij zijn verweermiddelen overeenkomstig artikel 44, §2 van het KB Uitvoering niet tijdig kenbaar zou hebben gemaakt aan de aanbesteder.

 

  1. In artikel 38/12, §1 van het KB Uitvoering wordt een geval toegevoegd waarbij de opdrachtnemer geen aanspraak kan maken op schadevergoeding ingevolge een schorsing op bevel van de aanbesteder.Dit artikel bepaalt dat de opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarbij wordt verduidelijkt dat de opdrachtnemer recht heeft op schadevergoeding voor de schorsingen op bevel van de aanbesteder.Een van de cumulatieve voorwaarden heeft betrekking op het feit da de schorsing niet het gevolg is van ongunstige weersomstandigheden. Hieraan wordt toegevoegd dat de schorsing ook niet het gevolg mag zijn van andere omstandigheden waaraan de aanbesteder vreemd is waardoor de opdracht, naar oordeel van de aanbesteder, niet zonder bezwaar op dat ogenblik kan worden verdergezet.

 

  1. Ingeval de opdrachtdocumenten afwijken van de artikelen 38/9 of 38/10 (betreffende de onvoorziene omstandigheden in hoofde van de opdrachtnemer) KB Uitvoering zonder dat deze afwijking in de opdrachtdocumenten gemotiveerd werd, gold de sanctie dat deze afwijking als niet geschreven moet worden beschouwd niet. Deze niet-sanctionering wordt als niet wenselijk beschouwd waardoor de sanctie ook geldt voor afwijking van voormelde artikelen.

 

  1. De artikelen 38/1 (aanvullende werken, leveringen of diensten), 38/2 (onvoorzienbare omstandigheden in hoofde van de aanbesteder) en 38/19 (publicatie) KB uitvoering worden eveneens van toepassing gemaakt op de opdrachten die werden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt vóór 30 juni 2017, alsook op de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, nog vóór die datum werd uitgenodigd tot het indienen van een offerte. Deze bepaling treedt retroactief in werking op 30 juni 2017.

 

  1. Wijzigingen drempelbedragen in de Rechtsbeschermingswet van 17 juni 2013

 

De volgende drempelbedragen worden aangepast in de Rechtsbeschermingswet van 17 juni 2013:

 

Vorig bedrag Nieuw bedrag
Artikel 29, §1 Rechtsbeschermingswet van 17 juni 2013 (onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking) 135.000 euro 144.000 euro
Artikel 29, §1 Rechtsbeschermingswet van 17 juni 2013 (onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging) 418.000 euro 443.000 euro
Artikel 61 Rechtsbeschermingswet van 17 juni 2013 (defensie en veiligheid inzake opdrachten gesloten met aanvaarde factuur) 8.500 euro 30.000 euro

 

Deze bedragen leggen het plafond vast waaronder de motivering en informatie aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers verlicht wordt.

Indien u vragen hebt inzake de regelgeving overheidsopdrachten, dan kan u contact opnemen met Jannick Poets of Stefanie Debeuf.

Jannickpoets@adhemar-advocaten.be

Stefaniedebeuf@adhemar-advocaten.be

Leave a comment