Ook de nieuwe appartementswet geeft bemiddeling een boost

Op 2 juli 2018 werd de wet houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Deze nieuwe wet bracht heel wat aanpassingen en vernieuwingen met zich mee, onder meer op het vlak van het appartementsrecht.

In deze nieuwsbrief wordt stilgestaan bij het aangevulde artikel 577-4 van het Burgerlijk Wetboek, dat nu ook uitdrukkelijk toelaat dat bemiddelingsbedingen worden ingeschreven in de statuten van appartementsgebouwen.

Het appartementsrecht heeft in de loop der jaren heel wat wijzigingen ondergaan. Zo werd de appartementswet in juni 2010 hervormd, waarbij werd beslist dat arbitragebedingen niet zijn toegelaten in de statuten of in de reglementen van interne orde van appartementsgebouwen. Bij een dergelijk arbitragebeding komen partijen overeen om een gerezen geschil niet te laten beslechten door de gewone rechtbanken, maar door een arbiter. Deze arbiter kan worden aangeduid door de partijen zelf of door de rechtbank en beschikt vaak over een deskundigheid of expertise m.b.t. het voorwerp van het geschil.

De wetgever voerde dit verbod in, aangezien vrederechters over voldoende kennis en expertise beschikken om geschillen inzake appartementsmede-eigendom snel en efficiënt op te lossen, zodat arbitrage niet wenselijk is. Arbitrage zou vaak leiden tot langere procedures met hogere kosten dan een procedure bij de vrederechter.

Over bemiddeling werd er in 2010 niets wettelijk bepaald, maar in de praktijk nam men aan dat bemiddelingsclausules die werden opgenomen in de statuten en ordereglementen van appartementsgebouwen wel geldig waren. In tegenstelling tot arbitrage, komen partijen in het kader van een bemiddeling onder begeleiding van een neutrale derde, de bemiddelaar, zelf tot een oplossing van het geschil dat tussen hen is ontstaan.

Deze wettelijke lacune werd opgelost door de nieuwe appartementswet, die onlangs werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het nieuwe artikel 577-4, §4 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt nog steeds dat arbitragebedingen niet toegestaan zijn, maar sluit niet uit dat partijen overgaan tot bemiddeling (op informele wijze of volgens de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek) of tot collaboratieve onderhandelingen. De collaboratieve onderhandelingen zijn eveneens een alternatieve vorm van geschillenbeslechting, waarbij hiervoor speciaal opgeleide ‘collaboratieve’ advocaten hun cliënten bijstaan en adviseren tijdens een gestructureerd en vertrouwelijk onderhandelingsproces om zo tot een minnelijke oplossing van hun geschil te komen.

De nieuwe wet verankert nu bijgevolg ook uitdrukkelijk verschillende mogelijkheden tot alternatieve geschillenbeslechting (inclusief bemiddeling) in het appartementsrecht. Dit is een goede zaak, aangezien in het bijzonder bemiddeling veel positieve effecten heeft. Partijen kunnen immers via bemiddeling, als gelijken, onder begeleiding van een neutrale derde zelf tot een door hen beiden gedragen en duurzame oplossing van het geschil komen zonder dat de tussenkomst van een rechter vereist is.

Het blijft evenwel mogelijk om, indien de bemiddeling niet slaagt, alsnog naar de rechter te stappen.

Voor verdere vragen kunt u terecht bij Stefanie Debeuf of Elke Paenhuysen:

stefaniedebeuf@adhemar-advocaten.be
elkepaenhuysen@adhemar-advocaten.be

Leave a comment