Sloopinventaris wordt sloopopvolgingsplan

Artikel 4.3.3 § 1 VLAREMA bepaalde tot voor kort dat een sloopinventaris afvalstoffen vereist was om gebouwen te slopen of te ontmantelen die geheel of gedeeltelijk een andere functie dan wonen hadden waarvan het bouwvolume groter is dan 1000m³.

Ingevolge artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna: besluit van 22 december 2017) werd artikel 4.3.3. VLAREMA gewijzigd in die zin dat de sloopinventaris werd vervangen door het sloopopvolgingsplan. Ook werd het toepassingsgebied uitgebreid.

Artikel 70 van het besluit van 22 december 2017 bepaalt dat het gewijzigde artikel 4.3.3 geldt voor alle bouwwerken en infrastructuurwerken waarvoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt ingediend vanaf 3 maanden na de inwerkingtreding van voornoemd besluit.

Het besluit van 22 december 2017 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 februari 2018 en is in werking getreden op 5 maart 2018. Bijgevolg is het gewijzigde artikel 4.3.3 VLAREMA van toepassing op de omgevingsvergunningsaanvragen die worden ingediend vanaf 5 juni 2018.

Art. 4.3.3. § 1 VLAREMA bepaalt voortaan dat een sloopopvolgingsplan vereist is bij:

 Sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken bij gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het totale bouwvolume groter is dan 1000m³ voor alle niet-residentiële gebouwen waarop de vergunning betrekking heeft, of groter dan 5000m³ voor alle in hoofdzaak residentiële gebouwen, met uitzondering van eengezinswoningen, waarop de vergunning betrekking heeft;
 Sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken in het kader van infrastructuurwerken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is; en onderhoudswerken aan infrastructuur waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250m³.

Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld in opdracht van de aanvrager van de omgevingsvergunning.

Overeenkomstig artikel 4.3.3. § 2 VLAREMA omvat het sloopopvolgingsplan de identificatie van de werf met daaraan gekoppeld een overzicht van alle afvalstoffen die zullen vrijkomen. Per afvalstof worden de volgende gegevens opgenomen:

1. De benaming;
2. De bijbehorende EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1;
3. De vermoedelijke hoeveelheid, uitgedrukt in hoeveelheid of gewicht;
4. De plaats in het gebouw of infrastructuurwerk waar de afvalstof voorkomt, alsook de verschijningsvorm ervan;
5. De wijze waarop de afvalstof overeenkomstig artikel 4.3.2 tijdens de sloop-, renovatie, onderhouds- en ontmantelingswerken selectief zal worden ingezameld, opgeslagen en afgevoerd.

Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld op basis van een standaardprocedure en maakt overeenkomstig artikel 4.3.3. § 3 VLAREMA deel uit van het vergunningsaanvraagdossier, de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten.

Overeenkomstig artikel 4.3.3. § 4 VLAREMA bezorgt de uitvoerder van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken alle kopieën van de identificatieformulieren en alle afgiftebewijzen van de afgevoerde afvalstoffen die verkregen zijn bij selectieve sloop of ontmanteling, voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken aan de houder van de omgevingsvergunning.

De houder van de omgevingsvergunning houdt vervolgens alle identificatieformulieren en alle afgiftebewijzen bij gedurende een periode van vijf jaar.

De gewijzigde terminologie (sloopopvolgingsplan in plaats van sloopinventaris) werd nog niet in alle documenten correct verwerkt. Zo wordt in het Eenheidsreglement nog verwezen naar de sloopinventaris en niet naar het sloopopvolgingsplan. Deze vergetelheid zal wellicht nog worden rechtgezet.

Ingevolge artikel 23 van het besluit van 22 december 2017 wordt ook artikel 4.3.5 VLAREMA gewijzigd.

Artikel 4.3.5 § 1 VLAREMA bepaalt dat onder “sloopmateriaal” moet worden verstaan het materiaal dat afkomstig is van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- of renovatiewerken.

Overeenkomstig artikel 4.3.5. § 2 VLAREMA kan er door een erkende sloopbeheerorganisatie een sloopattest worden afgeleverd voor de puinfractie van sloopmateriaal afkomstig van de activiteiten zoals vermeld in artikel 4.3.3 § 1 waarvoor een verwerkingstoelating is afgeleverd en dat is verwerkt in een inrichting voor de productie van gerecycleerde granulaten onder het eenheidsreglement. Ook voor alle ander sloopmateriaal waarvoor een verwerkingstoelating is afgeleverd, kan een erkende sloopbeheerorganisatie een sloopattest afleveren.

Het sloopattest attesteert de selectieve inzameling van het sloopmateriaal en de traceerbaarheid van de herkomst tot aan de gecontroleerde verwerking van de sloopmaterialen. Het sloopattest wordt overeenkomstig artikel 4.3.5. § 3 lid 1 VLAREMA pas afgeleverd nadat het traceerbaarheidssysteem van een erkende sloopbeheerorganisatie correct is doorlopen, zodat er garanties zijn over de kwaliteit van het puin.

Ook de voorwaarden waaraan een traceerbaarheidssysteem moet voldoen, werden vastgelegd in een standaardprocedure.

Indien u hierover verdere vragen zou hebben, kan u contact opnemen met Jan Roggen, Joris De Pauw of Laura Thewis.

Leave a comment